Eerkaart, f. 376, 1696
Men placht wel eer ’t verstant maer nu den ryckdom t achten,
Eer kaert tot veranderingh van t’Prinsdom uyt
ghegheuen door A. vanderbrugghe voor den 7. 8bris
1696
hoewel die beyde van den hemel zyn te wachten:
nochtans, zoo een van twee hanght aen het los gheval,
’t en Schynt niet dat het gheest of wysheydt wezen zal.
den rycken wordt gheviert, den wyzen wordt gheprezen,
den eenen Schynt een’ heer, den and’ren Slaef te wezen:
dogh Schoon der wyzen roem Schier gants ter neder leydt,
de reden rycke bend’ bewaert noch d’achtbaerheydt,
die d’oude deenen eens aen een’ poët betoonden,
als om een gheestigh rym zy hem tot koningh kroonden.
ons prinsdom open Staet, den lauwerkrans ghereet,
voor die door deftigh werck betoont wat dat hy weet
beschryft dan naer de konst in viermael twintigh reken
de stoffe daer ick eerst begonst hebb’ van te Spreken;
te weten: wie dat recht gheluckigh wordt ghenaemt
die kloeck is van verstant, en nerghens blyft beschaemt,
of die dat missen en veel gelt en goedt besitten?
men vindt geen’ die naer ’t een of ’t ander niet en witten.
raekt in’t byzonder niet, maer in’t ghemeen wel aen,
daer moet oock by dat werck iedt om te zinghen Staen,
laet hooren: hoe dat ’t gelt ’t verstant komt uyt te Spotten,
en d’oeffenaers des zelfs niet anders acht als zotten.
dogh om dat wel te doen, diendt u gherusten tydt,
en dat kan qualyck zyn, als ghy niet thuys en zyt:
dus mooght ghy ’t werck, alwaer het u belieft verrichten
het knye-ghedicht alleen moet elck ter zaele dichten
daer ons’ vergaedringh’ is: opdat het blycken magh,
dat ghy dat zelue hebt doen komen aen den dagh,
het gonn’ ghy mede brenght, tot ieders verghenoeghen.
men zal u Ionstighlyck vier pryzen mede voeghen:
zoo hebt ghy, daer men’t al om doet, in eenen keer,
dat is, vermaek en winst, met achtbaerheydt en eer!
WIe Van beYde zaL hIer WInnen, VoLder beVrs, of VoLder zInnen?
Chronogram
W = 2×5 =10 + I = 1 +V = 5 + Y = 2 + d = 500 + L = 50 + I = 1 + W = 2×5 =10 + I = 1 + V = 5 + L = 50 + d = 500 + V = 5 + V = 5 + L = 50 + d = 500 + I = 1 = 1696
Commentaar
Tussen 1694 en 1700 was Adriaan vander Brugghe lid van het comité van dertien leden die als jury oordeelden over de dichtwerken van de gegadigden die het ‘Prinsdom van eere’ wilden bekleden. Dit comité was verbonden aan de rederijkerskamer ‘De Heilige Geest’in Brugge. In 1700 werd Adriaan vander Brugghe lid als rederijker van deze kamer.
Voltooid 28 februari 2025.
